DEN HAAG - Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet op de kansspelen om een wettelijke kader te creëren voor kansspelen via internet. Onderzoek heeft uitgewezen dat de deelname aan kansspelen via internet in Nederland is gestegen tot 3,8% van de internetpopulatie en nog steeds lijkt toe te nemen. Vaak gaat het daarbij om illegaal en/of buitenlands aanbod, waardoor de speler niet verzekerd is van veilig betalingsverkeer, uitkering van prijzen en andere vormen van consumentenbescherming.
Met dit voorstel vindt een proef plaats met het legaal organiseren van kansspelen via internet met een beperkt aanbod van kansspelen via internet door één aanbieder. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen van het kansspelbeleid: het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit.
Het is de bedoeling om in eerste instantie een vergunning te verlenen voor een proefperiode van maximaal één jaar. Deze periode omvat de daadwerkelijke proefperiode van twee jaar, en de daarop volgende evaluatieperiode van maximaal drie jaar. Na twee jaar zal de proef geëvalueerd worden. Op basis daarvan zal een beslissing worden genomen over het eventueel toestaan van kansspelaanbod via internet en de voorwaarden waaronder dit kan plaatsvinden.
Het voorstel is op 20 september 2006 aangenomen door de Tweede Kamer. Voor stemden GroenLinks, PvdA, D66, Groep Wilders, CDA, LPF en Groep Van Oudenallen. De Kamer heeft op 29 januari 2008 met de minister van Justitie gedebatteerd over het voorstel. De hoofdelijke stemming over het voorstel, op verzoek van de fracties van CDA, VVD en de SP, zou plaatsvinden op 5 februari 2008. De plenaire behandeling is heropend op 18 maart 2008 en de hoofdelijke stemming vond, op verzoek van de fracties van de VVD en SP, plaats op 1 april 2008.
De Eerste Kamer heeft het voorstel op 5 december 2006 na stemming bij zitten en opstaan in verband met de demissionaire status van Kabinet Balkenende III na de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen op 22 november 2006 controversieel verklaard. De fractie van de VVD stemde tegen. Door het aantreden van het Kabinet Balkenende IV op 22 februari 2007 is de politieke controversialiteit vervallen.
Het voorstel is verworpen met 37 tegen 35 stemmen.
